Houwaert's Hovawarts

Officieel FCI erkende kennel sinds 1988                Kees & Kamila van Gorp tel: + 31 6 547 165 56

Uithoudingsvermogen Proef 

AK staat voor africhtingskeurmeester 
HG staat voor hondengeleider 
MC’s staat voor mondeling commando’s 
WL staat voor wedstrijdleider  

Doel:
De uithoudingsvermogen proef moet het bewijs leveren, dat de hond in staat is een lichamelijke inspanning van bepaalde zwaarte te volbrengen zonder daarna aanzienlijke vermoeidheidverschijnselen te vertonen. Bij de hond kan deze vereiste inspanning uit loopprestaties bestaan, waarvan bekend is, dat zij buitengewone eisen stellen aan de inwendige organen, in het bijzonder aan het hart en de longen, maar evenzeer aan de bewegingsorganen zelf, waarbij echter ook andere eigenschappen, zoals temperament en hardheid tot uiting komen. Van honden, die deze prestaties zonder moeite verrichten, kan aangenomen worden, dat zij lichamelijk gezond zijn en zij bepaalde door ons verlangde eigenschappen bezitten, welke belangrijk zijn voor werkhonden en voor honden, die voor de fokkerij gebruikt worden.

Waardering: 
Voor dit examen worden geen punten verstrekt, maar uitsluitend de kwalificatie geslaagd of afgewezen. Aan geslaagde honden wordt een diploma verstrekt.

Terrein: 
Het examen moet op straten en wegen van zoveel mogelijke verschillende aard worden gehouden. In aanmerking komen geasfalteerde, geplaveide en ongeplaveide straten, wegen en paden. 

Het examen bestaat uit twee gedeelte:
1. Loopoefening 
2. Gehoorzaamheidsoefening 

1 Loopoefening 
Het afleggen van een afstand van 20 km in een tempo van 12-15 km per uur. De aan de halsketting aangelijnde hond moet aan de rechter zijde van de HG naast de fiets lopen. Een te haastig tempo dient vermeden te worden. De lijn moet niet te kort gehouden worden, opdat de hond zichzelf steeds aan het tempo kan aanpassen. Licht trekken door de hond aan de lijn is niet foutief, wel echter het voortdurend achterblijven van de hond. Nadat een afstand van 8 km is afgelegd, wordt een pauze van 15 minuten gegeven. Gedurende deze rust controleert de AK in hoeverre de honden vermoeidheids-verschijnselen vertonen. Honden die een zeer vermoeide indruk maken, worden van het examen uitgesloten. Na de pauze moet een afstand van 7 km worden afgelegd, waarop een pauze van 20 minuten volgt. Gedurende deze pauze moet de hond de gelegenheid gegeven worden zich vrij en ongedwongen te bewegen. De AK controleert ook nu de honden op vermoeidheid en eventuele stukgelopen voetzolen. Na de pauze van 20 minuten moeten de laatste 5 km worden afgelegd. Na het afleggen van deze laatste afstand is er een pauze van 15 minuten, waarin de honden weer de gelegenheid moet worden gegeven zich vrij en ongedwongen te bewegen. De AK onderzoekt nogmaals in hoeverre de honden oververmoeid zijn en of zij eventueel hun voetzolen hebben stukgelopen. De AK en de WL begeleiden de honden op de fiets of in de auto. Om honden, die de prestaties niet kunnen volbrengen, te verzorgen en mee te nemen, is het gewenst een auto ter begeleiding van de honden mee te laten rijden, waarbij eventueel ook een reservefiets meegenomen kan worden. Een hond, die blijk geeft elk temperament of iedere hardheid te missen, buitensporige vermoeidheidsverschijnselen vertoont, het tempo van ca. 12km per uur niet kan volhouden, of aanzienlijk meer tijd voor deze prestaties nodig heeft, moet worden afgewezen. 

2 Gehoorzaamheidsoefening
In aansluiting op de loopoefening, na de pauze van 15 minuten, moeten de HG’s zich op de aanwijzingen van de AK met hun honden aan de voet opstellen voor de gehoorzaamheidsoefening. Iedere HG moet met zijn hond daarbij de oefeningen “vrij volgen” tonen. De oefening mag ook aan de lijn uitgevoerd worden maar moet geschieden volgend de bepalingen van de IPO 1; er wordt echter niet geschoten en niet door de groep gevolgd.

Opmerkingen

  • De HG’s moeten hun honden voor het examen voldoende tijd geven om zich te kunnen ontlasten.
  • Het gebruik van alcohol e.d. tijdens de examens en de daarbij behorende pauzes is ten strengste verboden. 
  • Het tijdstip van aanvang dient zodanig te worden gekozen dat tijdens het examen een buitentemperatuur van 22 graden Celsius niet wordt overschreden.
  • Het gebruik van een z.g.n “springer” is toegestaan.
  • De tijdsduur van de pauzes, respectievelijk 15, 20 en 15 minuten, moeten volledig worden aangehouden. In de maanden april t/m augustus mag een UV-examen, behalve in de weekeinde en op feestdagen, ook op een doordeweekse avond georganiseerd worden.

 

 

 

 

retyrt