Houwaert's Boxer

Officieel FCI erkende kennel sinds 1988               Kees & Kamila van Gorp tel: + 31 6 547 165 56

De Boxer

Hierna volgt een beschrijving van het voor ons zo bijzondere ras.

In het kort. 
Ondanks zijn verleden als gladiator is de moderne Boxer een bijzonder vriendelijke en innemende hond. Hij is sociaal en verkeert graag in het gezelschap van mensen. Hij heeft veel aandacht nodig en wil graag opgenomen worden in het leven van zijn baas en diens gezin. Hij hecht zich bijzonder sterk aan zijn eigen mensen. De Boxer is een vrijmoedige, zelfverzekerde hond, die niet snel van zijn stuk te brengen is. Hij is niet agressief naar mensen en zal dan ook niet snel aanvallen als hijzelf of zijn baas wordt bedreigd. Zijn waaksheid uit hij meer in het waarschuwen van zijn baas bij onraad. De Boxer heeft een tomeloze energie en heeft behoorlijk wat lichaamsbeweging nodig. Als u twee Boxers in uw bezit heeft, zullen zij samen veel ravotten en enorme afstanden afleggen.
De Boxer is een fijne gezins- en gezelschapshond. Veel van de zwaardere hondenrassen, zoals de Bullmastiff, de Bulldog en de Duitse Dog, maar ook de Boxer, zijn terug te voeren op honden van de oude Mastiff-familie die in Azië is ontstaan.

Molossers 
De Tibetaanse Mastiff wordt gezien als voorouder van alle Molossers. Deze honden stonden reeds in de oudheid bekend om hun brede schedels en flinke afmetingen. Het waren dappere honden die als waker en vechthond gebruikt werden, maar ook als jachthond voor gevaarlijk wild zoals het wilde zwijn en de leeuw. In de loop van de tijd zijn deze honden naar Europa gekomen. Later kruisten de Romeinen hun Molossers aan de Engelse Mastiffs. Hieruit ontstonden de zogenaamde Bullebijters. De oorsprong van de Boxer moet worden gezocht in de oude Bullebijters. In de Middeleeuwen kende men in Duitsland de zware "Danziger Bullenbeiser"en de wat kleinere "Brabanter Bullenbeiser". Deze honden werden gebruikt bij de jacht op de beer, het wilde zwijn en het hert. Zij werden gefokt door boeren die hen aan de adel leverde voor hun jachtpartijen. Er moesten heel wat honden worden aangevoerd, omdat er tijdens de jacht behoorlijk wat sneuvelden. Deze honden werden in de achttiende eeuw volop gebruikt bij dieronvriendelijke sporten die men "bullbaiting"en "bearbaiting"noemde. Hierbij moest een hond het opnemen tegen een stier of een beer. Zowel de hond als zijn tegenstander werden vaak ernstig gewond bij deze wrede wedstrijden. Begin 1800 werd dit volksvermaak bij wet verboden, maar in clandestiene zaaltjes werd hiermee toch nog lange tijd daarna veel geld verdiend. Bij deze gevechten was de zware Danziger Bullebijter in het nadeel. Hij miste de souplesse en handigheid om de hoorns of klauwen van zijn opponent te ontwijken. De Brabanter Bullebijter was met zijn geringere afmeting een geschiktere hond voor dit doeleinde. Men kruiste hem met onder andere de Duitse Dog en de Engelse Bulldog, en selecteerde vervolgens op de kleinere honden die hieruit ontstonden. Men moet hierbij wel in het oog houden dat de toenmalige Engelse Bulldog van een heel ander type was dan tegenwoordig. Deze dieronterende sport heeft ervoor gezorgd dat er vraag naar dit type hond bleef, en is dus-hoe vreemd het ook klinkt- de overleving ervan geweest. Uit deze Brabanter Bullebijter is de moderne Boxer ontstaan en zonder de hondengevechten was er dus waarschijnlijk nooit een Boxer geweest. De slagershonden moesten zich goed kunnen vastbijten in de neus van een stier, zonder daarbij ademhalingsproblemen te krijgen. Het was dus belangrijk dat de honden die men hiervoor gebruikte, korte voorsnuiten hadden. De ondervoorbijters hadden de voorkeur, omdat men had gemerkt dat dit soort honden een veel vastere grip hadden dan honden met een schaargebit.

Slagershond 
Toen de hondengevechten niet langer waren toegestaan en verbannen werden naar donkere achterkamertjes, werd ook de ontwikkeling van de Brabanter Bullebijter wat obscuur. Het is niet helemaal duidelijk wat er in de loop van de negentiende eeuw is gebeurd met dit type hond. Waarschijnlijk werd hij nog gebruikt als waak-en slagershond. De slagershond had als taak onhandelbaar vee bij de neus of elders op het lichaam te pakken en het zo naar stal te slepen. Men had hiervoor bijzonder dappere honden nodig. Er zijn mensen die er op basis van die gegevens van uitgaan, dat er in de loop van tijd ook gebruik is gemaakt van de Bull terrier en Riesenschnauzer voor de ontwikkeling van de Boxer. Een andere reden voor de aanwezigheid van honden in het slachthuis was dat men in die tijd dacht dat het vlees beter smaakte als het slachtvee was opgehitst voordat het werd gedood.

Karakter 
De Boxer is een uiterst betrouwbare waakhond. Er ontgaat hem niet veel en hij kan zeer overtuigend laten blijken dat er iets niet in de haak is. De Boxer is geen zenuwachtige blaffer, die bij ieder wissewasje zijn stem laat horen; wanneer hij blaft, is er over het algemeen ook echt iets aan de hand. De Boxer is van nature wat terughoudend naar vreemden. Naar de eigen mensen toe is hij zeer aanhankelijk en ook mensen die op bezoek komen, zullen in tweede instantie hartelijk welkom worden geheten door de hond. Zijn enthousiasme is spreekwoordelijk.

Gezinshond 
De Boxer is heel betrouwbaar met kinderen en vindt het heerlijk om met hen te ravotten. Met kleine kinderen moet men wel in de gaten houden dat hij niet te onstuimig is. Ook is het belangrijk, maar dat geldt voor ieder ras, dat u de regie houdt over de omgang tussen kind en hond. Het is niet verantwoord om (kleine) kinderen en honden samen in een ruimte te laten zonder toezicht van een volwassene. U dient er voor te zorgen dat zij leren hoe zij met elkaar om moeten gaan. Uw Boxer moet wellicht leren dat het niet de bedoeling is dat hij een kind ondersteboven loopt in zijn enthousiasme en uw kind dat hij de hond niet als klimpaal mag gebruiken en hem met rust moet laten als hij in zijn mand ligt te slapen. Kleine regeltjes die ervoor zorgen dat kind en hond op een positieve manier met elkaar vertrouwd raken en elkaar leren respecteren. De Boxer is er trouwens over het algemeen wel erg goed in om te weten wanneer hij wat rustiger moet zijn en wanneer hij flink kan ravotten. Bij oudere kinderen gedraagt hij zich vanzelf al vaak anders dan bij de kleintjes, alsof hij weet dat die eersten wel tegen een stootje kunnen. Toch moet men er nooit blind op vertrouwen dat het wel goed zal gaan. Alertheid blijft verstandig.

Speels 
Een Boxer heeft veel beweging nodig. Hij vindt het heerlijk om te kunnen rennen en ravotten. Als hij mee mag doen met een spelletje voetbal is hij in zijn element. Of de bal dit overleeft, is een tweede. De Boxer is speels en houdt erg van speeltjes. Ook ravot hij graag met andere honden. Als kennelhond zijn ze minder geschikt, omdat ze het liefst dicht bij hun mensen zijn. De Boxer is erg gevoelig voor de stemmingen van zijn baas. Hij kan erg rustig zijn als de situatie dat vereist. Is dat niet het geval, dan is hij een echte clown, die het heerlijk vindt om in het middelpunt van de belangstelling te staan.

Training 
De Boxer is erg intelligent en het is niet moeilijk om hem verschillende kunstjes te leren. Maar ook in het serieuze werk is hij een betrouwbare kracht. Als waakhond, politiehond, maar ook als geleidehond heeft hij zijn diensten bewezen. Daarnaast kan hij ook in diverse hondensporten zijn mannetje staan. Met name agility is een sport die Boxers met veel enthousiasme beoefenen. Ook de IPO-africhting is een sport die met een Boxer goed bedreven kan worden. Bij dit examen worden speuren, gehoorzaamheid en pakwerk beoordeeld. Zie hiervoor hoofdstuk werken met de boxer op deze site. Toch is het niet zo dat de training van een Boxer altijd even gemakkelijk is. Hij heeft een eigen willetje en kan soms zelfs koppig genoemd worden. Dit maakt dat de baas aan zijn Boxer wel de noodzaak van de diverse oefeningen duidelijk moet kunnen maken. Hij moet in staat zijn de Boxer te prikkelen en de oefeningen afwisselend en interessant te maken. Voordeel is wel dat als een Boxer eenmaal iets geleerd heeft, hij het over het algemeen niet snel weer vergeet.

Duitsland 
In 1887 nam de heer George Alt uit München een 'brindle and white"teefje van het Bullebijterstype mee terug uit Frankrijk. Deze hond heette Flora en zij werd gepaard aan een reu uit de buurt van een vergelijkbaar type. Uit dit nest ging een pup naar een vriend van Alt, de heer Lechner. Deze hond stond bekend als Lechner's Boxel. Het is niet bekend waarom hij de hond zo noemde. Het zou kunnen zijn dat het de naam was die men vaker aan dit type hond gaf. Wat de betekenis ook geweest kan zijn, de verbastering van deze naam naar "Boxer" heeft in ieder geval geleid tot de rasnaam. Flora werd aan haar zoon gepaard. Uit deze combinatie werd de teef Alt's Scheken geboren. Alt besloot hierna nieuw bloed in zijn lijn in te brengen en paarde Scheken aan de Engelse Bulldog Tom van dr. Toeniesse. Op 26 februari 1895 werden de pups geboren, waaronder ook Muhlbauer's Flocki. Dit zou de eerst geregistreerde Boxer worden.

Club 
In januari 1896 vormde men in München de "Deutcher Boxer Klub"en in maart van datzelfde jaar hield men de eerste show met 20 inschrijvingen. Er werd nu bewust een begin gemaakt met de opbouw van het ras. Men verschilde echter van mening over hoe de Boxer er nu eigenlijk uit hoorde te zien en er kwamen verschillende clubs met ieder hun eigen gedachtegoed. In 1905 werden deze samengevoegd, waarbij de standaard en het stamboek van de Münchenclub werden aangenomen. De combinatie Scheken en Tom werd herhaald en hieruit werd Blanka von Argentor geboren. Lechner's Boxel en Flora kregen opnieuw een nest, waaruit Maiers Lord geboren werd. Die zou de vader worden van Piccolo en Blanka werden aan elkaar gepaard en uit deze combinatie werd de bonte Meta von der Passage geboren. Deze Meta kan worden gezien als de stammoeder van het ras. Uit haar werden diverse Boxers geboren die bijzonder belangrijk zijn geweest voor de ontwikkeling van het ras, zoals Hugo von Pfalzgau en Ch. Gigerl. Deze Hugo was de vader van Ch. Kurt von Pfalzgau, die op zijn beurt de vader werd van de gestroomde reu Ch. Rolf von Vogelsberg. Men paste veelal lijnteelt toe.

Stockmann 
Veel rassen kennen bepaalde mensen die uiterst belangrijk zijn geweest voor het onstaan of de ontwikkeling van het ras. Voor de Boxer zijn dit Friederun en Philip Stockman geweest, met hun "Von Dom"kennel. In 1911 kochten zij als pasgetrouwd stel Rolf von Vogelsberg voor het enorme bedrag van 1000 Duitse Mark, dat zij eigenlijk voor hun huis hadden bedoeld. Hij werd de basis van hun fokprogramma. De eerste zelfgefokte kampioen die zij in huis hadden, was een zoon van Rolf, Dampf von Dom, die in 1912 geboren werd. De Eerste Wereldoorlog was er debet aan dat de ontwikkeling van het ras stagneerde. Veel honden werden gevorderd om in het leger dienst te doen als berichthond, waakhond en als verkenner voor de scherpschutters. Ook Rolf von Vogelsberg werd als oorlogshond ingezet. Hij zou overigens ongeschonden uit deze "diensttijd" terugkeren. Philip Stockmann kreeg als taak het gebruik van de oorlogshonden te organiseren. Een van de opvallende veranderingen die tijdens deze oorlogsjaren heeft plaatsgevonden, is het verdwijnen van de kleur wit. Het is wel duidelijk waarom; een hond met wit in de vacht zou wel een heel gemakkelijk doel zijn voor scherpschutters. In 1919 erkende men de Boxer in Duitsland als vijfde werkhondenras. In 1921 slaagde Ch. Rolf von Walhall er als eerste Boxer in om de "Schutzhundprüfing"te doorstaan.